Nieuws - Nieuwsberichten

KB betreffende de re-integratie van arbeidsongeschikte werknemers (28/10/2016, BS 24/11/2016)

Het doel van dit KB, dat op 1 december 2016 in werking treedt voor aanvragen van re-integratietrajecten door de adviserende geneesheren van de mutualiteiten, is langdurige zieken te ondersteunen en terug te begeleiden naar het werk. Er dient een re-integratietraject “op maat” aangeboden te worden.

Het KB is niet van toepassing op de wedertewerkstelling na een arbeidsongeval of een beroepsziekte.

Een onderdeel van het KB houdt ook in dat de nodige aandacht besteed dient te worden door de werkgever aan het collectief kader, in de vorm van een re-integratiebeleid dat op ondernemingsniveau moet worden uitgewerkt.

Het re-integratietraject voor werknemers stap per stap:


Fase 1. Re-integratieverzoek (opstart):

 

1/ De werknemer zelf, of zijn behandelend arts, kan vragen om een re-integratietraject op te starten (ongeacht de duur van de arbeidsongeschiktheid). Dit kan vanaf 1 januari 2017.

2/ De adviserend geneesheer van de mutualiteit zal ten laatste 2 maanden na de aangifte van de arbeidsongeschiktheid nagaan of een arbeidsongeschikte werknemer in aanmerking komt voor re-integratie. Als hij tot de conclusie komt dat dat het geval is, zal hij het dossier van de arbeidsongeschikte werknemer overmaken aan de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer. Indien de zieke geen werkgever heeft, dan kan hij zelf een traject opstarten (oa. voor werklozen).

Deze mogelijkheid voor opstart van een re-integratie gaat in voege vanaf 1 december 2016.

3/ De werkgever kan ten slotte ook vragen om een re-integratietraject op te starten ten vroegste vanaf 4 maanden arbeidsongeschiktheid van de werknemer of na ontvangst van een attest van definitieve ongeschiktheid. Dit gaat in voege op 1 januari 2017 voor werknemers die ziek werden vanaf 1 januari 2016. Vanaf 1 januari 2018 kan de werkgever het traject opstarten voor werknemers die ziek werden voor 1 januari 2016.


Fase 2. Re-integratiebeoordeling door de arbeidsgeneesheer :

 

De preventieadviseur-arbeidsgeneesheer (paag) zal vervolgens het re-integratietraject opstarten, d.w.z. dat hij de mogelijkheid tot re-integratie zal onderzoeken samen met de betrokken werknemer, diens behandelend geneesheer, de adviserend geneesheer van het ziekenfonds en eventueel ook met de preventieadviseurs psychosociale aspecten en ergonomen binnen de preventiedienst.

Dit moet het mogelijk maken om te beslissen :

- of de werknemer op termijn zijn overeengekomen werk opnieuw zal kunnen uitoefenen, dan wel dat de werknemer definitief ongeschikt is voor het overeengekomen werk
- en of er (tijdelijk of definitief) ander of aangepast werk kan worden gezocht.

De paag heeft 40 werkdagen, na het ontvangen van het verzoek tot opstart van het traject, de tijd om deze beoordeling te vormen.

Er wordt een formulier re-integratiebeoordeling (FRB) opgemaakt waarop de paag zijn beslissing noteert.

De werknemer kan binnen de 7 werkdagen beroep aantekenen tegen de beslissing van de paag als deze de werknemer definitief ongeschikt verklaart. De werknemer kan per traject slechts 1 x de beroepsprocedure aanwenden.

De werkgever dient de verplaatsingskosten, in het kader van de beoordeling bij de paag, van de werknemer te vergoeden.


Fase 3. Re-integratieplan door overleg tussen werkgever en werknemer:

 

Op basis van de re-integratiebeoordeling door de paag, zullen de werkgever en de werknemer samen moeten bekijken welke concrete mogelijkheden er zijn voor aangepast of ander werk binnen de onderneming (opstellen van een re-integratieplan). Vervolgens is er ook overleg nodig met de adviserend geneesheer van het ziekenfonds in het kader van toegelaten arbeid of progressieve werkhervatting binnen de ziektewetgeving.

Gaat de werknemer akkoord, dan is er sprake van een re-integratieplan, dat op regelmatige basis zal worden opgevolgd door de arbeidsgeneesheer en dat indien nodig kan worden aangepast.

De werkgever heeft maximum 55 werkdagen na ontvangst van de beslissing van de paag (FRB), de tijd om dit plan op te stellen.

De werknemer heeft 5 werkdagen na ontvangst van het plan de tijd om hiermee al dan niet in te stemmen.

Komt er geen re-integratieplan, dan moet de werkgever motiveren waarom hij desgevallend geen ander of aangepast werk aanbiedt, of dient de werknemer te motiveren waarom hij het re-integratievoorstel eventueel verwerpt.

Voor arbeidsongeschikte werknemers verdient het immers de voorkeur om eerst te focussen op de re-integratiemogelijkheden bij de eigen werkgever, omdat men vaak op termijn het overeengekomen werk zal kunnen hernemen, al dan niet na een progressieve werkhervatting.

In dit re-integratietraject is een sleutelrol weggelegd voor de paag, die niet alleen de arbeidsomstandigheden en het werk in een bepaalde onderneming kent, maar ook kan fungeren als gekend aanspreekpunt voor werkgever en werknemer. Hij maakt ook deel uit van een multidisciplinair team binnen de interne of externe preventiedienst. Dit laat toe om indien nodig bv. ook ergonomen of preventieadviseurs gespecialiseerd in psychosociale aspecten in te schakelen.

Het re-integratietraject voor werknemers zal deel uitmaken van het KB van 28 mei 2003, betreffende het gezondheidstoezicht op de werknemers. Hierin worden alle stappen van het individueel re-integratietraject vastgelegd.


Collectief kader: een re-integratiebeleid voor de onderneming

 

Werkgever en werknemers moeten ook op collectief vlak een re-integratiebeleid uitwerken voor de onderneming en het gevoerde beleid op regelmatige basis evalueren.

Dit dient minstens 1 x per kalenderjaar besproken te worden in het CPBW op basis van het kwalitatief en kwantitatief verslag van de paag.

 

Naar het KB

 

 

Nieuws geplaatst 09/12/2016



Alle nieuwsberichten:ESF steun opleidingen in ondernemingenNieuwe CODEX over welzijn op het werkKB betreffende de re-integratie van arbeidsongeschikte werknemers (28/10/2016, BS 24/11/2016)

Zoeken op Mediwet