Re-integratietraject

Re-integratietraject

In Boek I hoofdstuk VI is dit re-integratietraject vastgelegd. Het is van toepassing op langdurig arbeidsongeschikte werknemers, behalve als ze het slachtoffer zijn van een arbeidsongeval of een beroepsziekte. In het re-integratietraject speelt de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer een cruciale rol, enerzijds omdat hij de werkomstandigheden en het werk in de onderneming kent, anderzijds omdat hij een aanspreekpunt vormt voor alle betrokken partijen.

Zowel werknemers, als werkgevers kunnen een re-integratietraject opstarten.

Er zijn 3 mogelijkheden om in stappen in het re-integratietraject:

  1. Op vraag van de werknemers zelf (of zijn behandelend arts) ongeacht de duur van de arbeidsongeschiktheid;
  2. Op vraag van de adviserend arts van de mutualiteit;
  3. Op vraag van de werkgever, ten vroegste vanaf 4 maanden na aanvang van de arbeidsongeschiktheid van de werknemer, of vanaf het ogenblik waarop de werknemer hem een attest van zijn behandelend arts bezorgt waaruit de definitieve ongeschiktheid om het overeengekomen werk uit te voeren blijkt.

Er zijn mogelijke 5 stappen binnen het re-integratietraject:

  1. Instroom in het re-integratietraject door een schriftelijke aanvraag, het re-integratieverzoek, te richten aan preventieadviseur-arbeidsgeneesheer.

  2. Re-integratiebeoordeling door de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer binnen de 40 werkdagen na ontvangst van het re-integratieverzoek met als doel de resterende capaciteiten van de werknemer te onderzoeken, te beslissen of een werkhervatting kan worden overwogen en de re-integratiemogelijkheden op dezelfde post te onderzoeken, eventueel in de vorm van een aangepast of ander werk.
    Op basis van het onderzoek van de werknemer, het bezoek aan de werkpost en het overleg met de andere actoren (behandelend arts, adviserend arts van de mutualiteit, interne preventieadviseur en andere preventieadviseurs bijvoorbeeld psychologen en ergonomen) maakt de arbeidsgeneesheer een verslag op van zijn bevindingen en voegt dit verslag toe aan het gezondheidsdossier van de werknemer.

  3. Re-integratieoverleg door de werkgever met werknemer, de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer en andere personen die kunnen bijdragen tot het slagen van de re-integratie. 

  4. Opmaak van re-integratieplan door de werkgever.
    Het plan bevat 1 of meerdere van de volgende maatregelen op een zo concreet en gedetailleerd mogelijke wijze:
    • Omschrijving van de redelijke aanpassingen van de werkpost;
    • Omschrijving van het aangepast werk, in het bijzonder het volume van het werk en het uurrooster waaraan de werknemer kan worden tewerkgesteld en in voorkomend geval, de progressiviteit van de maatregelen (stapsgewijze invoering);
    • Omschrijving van het ander werk, in het bijzonder de inhoud van het werk, evenals het volume en het uurrooster;
    • De aard van de vooropgestelde opleiding met het oog op het verwerven van de competenties die moeten toelaten dat de werknemer een aangepast of ander werk kan uitvoeren;
    • De geldigheidsduur van het re-integratieplan.
    De werkgever bezorgt het re-integratieplan aan de werknemer maximaal 55 werkdagen na ontvangst van de re-integratiebeoordeling bij tijdelijke ongeschiktheid, en maximaal 12 maanden bij definitieve ongeschiktheid.

    De werknemer heeft een termijn van 5 werkdagen om al dan niet met het voorgestelde plan in te stemmen. Indien de werknemer niet instemt met het re-integratieplan, vermeldt hij in het plan de redenen van zijn weigering.

    Indien de werkgever beslist om geen re-integratieplan op te maken, omdat hij meent dat het technisch of objectief onmogelijk is of om gegronde redenen niet kan worden geëist, moet hij dit motiveren en vermelden in een verslag dat wordt bezorgd aan de werknemer en de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer.
  1. Uitvoering en opvolging van het re-integratieplan. 
    Op regelmatige basis zal het plan opgevolgd worden door de arbeidsgeneesheer. Na overleg met werkgever en werknemer kan het plan aangepast worden, indien wenselijk omdat de veranderende gezondheid van de werknemer niet meer strookt met het plan.

De 5 mogelijke beslissingen die de arbeidsgeneesheer kan nemen staan vermeld op het “Formulier voor de Re-integratiebeoordeling” (FRB):

  1. Werknemer kan op termijn het overeengekomen werk hervatten. Tussentijds aangepast of ander werk is mogelijk. De preventieadviseur-arbeidsgeneesheer bepaalt de modaliteiten voor aangepast of ander werk, en wanneer een re-evaluatie plaatsvindt. Werkgever heeft 55 werkdagen de tijd om re-integratieplan op te maken.
  2. Werknemer kan op termijn het overeengekomen werk hervatten. Tussentijds werken is onmogelijk. De preventieadviseur-arbeidsgeneesheer bepaalt wanneer de re-evaluatie gebeurt.
  3. Definitief ongeschikt om het overeengekomen werk te hervatten, maar aangepast of ander werk bij dezelfde werkgever is mogelijk. Werkgever heeft maximaal 12 maanden de tijd om een re-integratieplan op te stellen.
  4. Definitief ongeschikt om het overeengekomen werk te hervatten en evenmin in staat om aangepast of ander werk uit te voeren. Het re-integratietraject wordt stopgezet.
  5. Om medische redenen niet opportuun om re-integratietraject op de starten. Re-evaluatie na 2 maanden. Dit is niet mogelijk als adviserend arts het traject heeft opgestart.

In geval van beslissing 1 zal de werknemer, als geen aangepast of ander werk aangeboden kan worden, in principe arbeidsongeschikt blijven.

In geval van beslissing 3 of 4 (definitieve ongeschiktheid voor het overeengekomen werk) heeft de werknemer 7 werkdagen om een beroep in te dienen met een aangetekende brief aan de bevoegde Sociaal Inspecteur van de Algemene Directie Toezicht op het Welzijn op het Werk en verwittigt hij ook de werkgever.

De uitvoering van het traject wordt opgeschort totdat de beroepsprocedure afgerond is. Een beslissing door de Sociaal Inspecteur dient genomen te worden uiterlijk binnen een termijn van 31 werkdagen na de indiening van het beroep. Tijdens een re-integratietraject kan de beroepsprocedure slechts 1 keer worden aangewend.

In de gevallen van beslissing 3 en als er geen aangepast of ander werk aangeboden kan worden, of de werknemer weigert het voorgestelde re-integratieplan, zal het re-integratietraject definitief beëindigd worden. De werkgever kan beslissen om de arbeidsovereenkomst te beëindigen op grond van medische overmacht, maar hij is daartoe niet verplicht.

Indien de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd op grond van medische overmacht, kan de werknemer, die daarmee niet akkoord is, zich steeds wenden tot de arbeidsrechtbank.

De beëindiging van de arbeidsovereenkomst omwille van medische overmacht, kan pas vanaf de achtste werkdag (inclusief zaterdag) nadat het FRB bezorgd werd aan de werknemer.

De werkgever dient de verplaatsingsonkosten van de werknemer, in het kader van de beoordeling bij de arbeidsgeneesheer, te vergoeden.

Re-integratiebeleid voor de onderneming

Werkgever en werknemers moeten ook op collectief vlak een re-integratiebeleid uitwerken voor de onderneming en het gevoerde beleid op regelmatige basis evalueren. Het re-integratiebeleid maakt best deel uit van een ruimer ziekteverzuimbeleid.

Dit dient minstens 1 maal per kalenderjaar besproken te worden in het Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk op basis van het kwalitatief en kwantitatief verslag van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer.